Technische eisen en richtlijnen

Wettelijke eisen voor technische standaarden

Technische standaarden omgevingsplan

Om de inhoud van het omgevingsplan te kunnen publiceren, moet aan bepaalde regels en technische standaarden worden voldaan. Het volgen van de regels en het gebruik van de standaarden wordt voorgeschreven in artikel 3.8 van het Besluit elektronische publicaties(externe link) (hierna: ‘het Bep’) en de Regeling elektronische publicaties(externe link) (hierna: ‘de Rep’).

De standaard bestaat uit de STandaard Officiële Publicaties (hierna: ‘STOP’), die een raamwerk geeft voor de vormgeving en structuur van documenten die officieel worden gepubliceerd. Denk hierbij aan besluiten en ontwerpen daarvan. Aan het STOP-raamwerk is invulling gegeven in de ToepassingsProfielen OmgevingsDocumenten (hierna: ‘TPOD’). De ToepassingsProfielen geven voor een specifiek omgevingsdocument aan welke regels er gelden.

Voor het omgevingsplan is dit het Toepassingsprofiel omgevingsplan (hierna: ‘TPOD omgevingsplan’). De meest actuele versie van de TPOD is te raadplegen via de website van Geonovum. Op dit moment is dit de meest actuele versie: TPOD Omgevingsplan(externe link). De TPOD bevat onder meer bepalingen over de structuur en de indeling van regels. Zo bepaalt het TPOD omgevingsplan dat het omgevingsplan een eerste hoofdstuk heeft met het opschrift ‘Algemene bepalingen’, een artikel ‘Begripsbepalingen’ en een artikel ‘Meet- en rekenbepalingen’. Ook moet het omgevingsplan een bijlage bevatten waarin de noemers en identificatiecodes van de informatieobjecten zijn opgenomen. Verder kennen de regels van het omgevingsplan een artikelstructuur en kunnen de planregels hoofdstukken, titels, afdelingen, paragrafen en subparagrafen bevatten. De gemeentelijke basisstructuur voldoet aan de eisen van de STOP/ TPOD. 

Om een omgevingsplan bekend te kunnen maken via de LVBB, moet het dus voldoen aan de standaarden uit het STOP/TPOD-raamwerk.

Eisen gemeente Horst aan de Maas

Het is de verantwoordelijkheid van initiatiefnemers om plannen conform de eisen die de gemeente stelt aan te leveren. De gemeente is verantwoordelijk voor het controleren van deze eisen.

Het gemeentelijk regieteam is verantwoordelijk voor de check aan de eisen op grond van de STOP/TPOD. De wijze van aanleveren is in de volgende paragraaf beschreven.

Wijze van aanleveren

In deze paragraaf staan we stil bij keuzes voor het aanleveren van wijzigingen van het omgevingsplan in STOP/TPOD.

Momenteel is er nog geen uitwisselingsstandaard beschikbaar voor STOP/TPOD - omgevingsplannen. Gevolg van het ontbreken van een uitwisselingsstandaard is dat adviesbureaus wijzigingen van een omgevingsplan niet via hun eigen softwarepakket kunnen aanleveren aan de gemeente.

Voor het aanleveren van wijzigingen van het omgevingsplan zijn er drie nieuwe hoofdmogelijkheden te onderscheiden:

  • alle bureaus die aan plannen werken, krijgen toegang tot de werkomgeving van de gemeente Horst aan de Maas in Cadac Compass;
  • slechts één of enkele, geselecteerde bureaus krijgen toegang tot de werkomgeving van de gemeente Horst aan de Maas in Cadac Compass;
  • geen enkel bureau krijgt toegang tot de werkomgeving in Cadac Compass.

De drie opties zijn alle technisch mogelijk, waarbij elke optie in meer of mindere mate gevolgen heeft voor de werkzaamheden die de gemeente uitvoert. Bovendien brengt iedere optie risico’s met zich mee.

Het aanleveren via een ander softwarepakket dan Cadac Compass is op dit moment ook niet mogelijk.

Gevolgen per keuzemogelijkheid

Alle bureaus krijgen toegang

Als elk adviesbureau dat aan de wijziging van het omgevingsplan werkt (natuurlijk gericht op het specifieke project waarvoor het adviesbureau is ingeschakeld) toegang krijgt tot de plansoftware van de gemeente is het grootste risico dat verrommeling van het omgevingsplan plaatsvindt.

Overwegingen

Voor de gemeente is het lastig om de regie te houden op het geconsolideerde plan. Daarnaast kunnen aanpassingen in het omgevingsplan onbedoelde (en vaak ongewenste) nevengevolgen hebben voor andere plandelen. Het laten ondertekenen van een verklaring dat adviesbureaus alleen wijzigingen doorvoeren die zien op het ‘eigen’ project biedt geen soelaas, omdat dit dan lastig ligt met verantwoordelijkheden en omdat er soms ook wijzigingen moeten worden doorgevoerd die betrekking hebben op de algemene regels (met het risico op wijzigingen die gevolgen hebben voor het totale plan).

Slechts één of enkele, geselecteerde adviesbureaus krijgen toegang tot de werkomgeving van de gemeente in Cadac Compass

Via één of meer raamovereenkomsten is het mogelijk om het werken in Cadac Compass aan één of enkele geselecteerde bureaus over te laten.

Initiatiefnemers dienen zelf een plan voor te bereiden in (bijvoorbeeld) Word en de geometrieën aan te leveren als bestandstype dat ingelezen kan worden in Cadac Compass (zoals een gml-bestand). De initiatiefnemer of het adviesbureau krijgt de opdracht om de STOP/TPOD structuur te hanteren.

Het geselecteerde adviesbureau controleert de gevolgen voor het geconsolideerde omgevingsplan en plaatst de aangeleverde regels en documenten in Cadac Compass. Als het adviesbureau constateert dat de regels of werkingsgebieden leiden tot ongewenste gevolgen voor andere onderdelen van het omgevingsplan, vindt hierover overleg plaats met gemeente en initiatiefnemer en vinden aanpassingen plaats. Daarmee bewaakt het adviesbureau de eenheid en voert het zelf – namens de gemeente – de regie.

Overwegingen

De gemeente hoeft bij deze werkwijze niet zelf capaciteit vrij te maken (of veel minder dan bij de derde optie). De geselecteerde bureaus zijn goed bekend met de methodiek die de gemeente hanteert, waardoor de kans op fouten vele malen kleiner is ten opzichte van de eerste optie. 
Goede communicatie tussen gemeente en adviesbureau(s) is onontbeerlijk. In een vroegtijdig stadium kan door goede communicatie geanticipeerd worden op de samenloop tussen plannen die in voorbereiding zijn.

Géén adviesbureau toegang tot plansoftware

Deze optie verschilt van de tweede optie in het werk dat de gemeente zelf verricht. Het werkproces is in principe gelijk aan de tweede optie, met dien verstande dat de gemeente zelf de regels, verbeeldingen en andere documenten in Cadac Compass plaatst en zelf annoteert.

Overwegingen

Deze werkwijze vergt meer tijd en andere interne organisatie ten opzichte van de eerste en tweede optie. Met deze werkwijze behoud de gemeente zelf volledig de regie over het omgevingsplan. Er dient zich echter wel een volgend vraagstuk aan: behoort het invoeren van wijzigingen in Cadac Compass tot het takenpakket van iedere RO-medewerker of stelt de gemeente een regieteam in?

Een regieteam voert – op een soortgelijke manier als het adviesbureau – de regie op het geconsolideerde omgevingsplan. Als iedere RO-medewerker hier zelf verantwoordelijk voor is, is de kans op inconsistenties en mogelijk onbedoelde aanpassingen groter dan bij het werken met een regieteam.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

De gemeente heeft vooralsnog geen vaststaande werkwijze. De gemeente voert graag zelf de regie maar heeft ook niet de capaciteit alle aanpassingen zelf te verwerken. Per initiatiefplan of ontwikkeling wordt bepaald welke rol de gemeente vervuld en of toegang gegeven wordt aan een adviesbureau tot Cadac Compass. Daarbij worden met de initiatiefnemer ook afspraken gemaakt over het aanleveren van bestanden en documenten. Het uitgangspunt is vooralsnog dat het regieteam de regels, locaties (GIO’s) en annotaties in Cadac Compass invoert. 

Na verloop van tijd – als meer bekendheid is vergaard met het programma – kan het zijn dat een bureau tijdelijk toegang krijgt tot Cadac Compass, nadat de gemeente hiervoor toestemming heeft gegeven. De gemeente moet dan dus eerst de voorgestelde wijziging van het omgevingsplan goedkeuren en zet dan de deur in Cadac Compass tijdelijk open, zodat het bureau de wijziging er in kan verwerken. Daarna gaat de deur weer dicht. Op deze manier houdt de gemeente regie op het omgevingsplan.

Publicatie-eisen

Publicatie vindt plaats op zowel de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB) als via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Het DSO

Het omgevingsplan wordt gepubliceerd via de LVBB. De LVBB is ontwikkeld voor de publicatie van OmgevingsDocumenten (zoals het omgevingsplan) in de publicatiebladen op www.officielebekendmakingen.nl. Via de LVBB komt het omgevingsplan ook in het DSO en is het digitaal raadpleegbaar.

Het DSO vormt het digitale loket waar burgers, bedrijven en overheden kunnen zien wat kan en mag in de fysieke leefomgeving: het Omgevingsloket. De Omgevingswet bepaalt dat het omgevingsplan beschikbaar moet worden gesteld voor ontsluiting via het DSO (zie de artikelen 20.21 en 20.26 van de Omgevingswet(externe link)).

Het wijzigen van het omgevingsplan bestaat uit een aantal verplichte onderdelen:

  • de regels;
  • de digitale plankaart; 
  • de motivering; en
  • het raadsbesluit dat de mutaties (wijzigingen ten opzichte van het voorheen geldende plan) inzichtelijk maakt.

Optioneel kunnen daar een toelichting op de planopzet en een artikelsgewijze toelichting aan worden toegevoegd. Meer informatie over de verplichte en facultatieve onderdelen van een omgevingsplan. 

Niet alle onderdelen van het omgevingsplan zijn na publicatie raadpleegbaar in het DSO. Alleen de regeling, de digitale kaart en de algemene toelichting op het omgevingsplan (inclusief artikelsgewijze toelichting) komen in het DSO. De motivering van het specifieke wijzigingsbesluit komt dus niet in het DSO, maar is alleen via het LVBB te vinden.  

De bestaande ruimtelijke regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn zichtbaar op Regels op de Kaart. Bij omzetting naar het nieuwe deel van het omgevingsplan kan met de pons worden geregeld dat deze regels voor een locatie niet langer zichtbaar zijn, zodat alleen de nieuwe regels worden getoond. Bij beperkte wijzigingen of thematische aanvullingen kan in plaats daarvan een voorrangs- of afwijkingsbepaling worden gebruikt.

Artikelsgewijze toelichting

Een artikelsgewijze toelichting maakt de interpretatie van een artikel duidelijker. De Omgevingswet verplicht niet tot het maken van een artikelsgewijze toelichting, maar de gemeente heeft de keuze gemaakt dat dit wel dient te worden aangeleverd door initiatiefnemers voor artikelen die op meerdere manieren te interpreteren zijn of waarvoor nadrukkelijk een samenhang met andere artikelen geldt. Over de inhoud van een artikelsgewijze toelichting zegt de Omgevingswet en ook de memorie van toelichting  niets. De inhoud van een artikelsgewijze toelichting is dus niet vastomlijnd.

Het Kenniscentrum voor beleid en regelgeving heeft een ‘schrijfwijzer memorie van toelichting’ ontwikkeld. De gemeente kan voor het schrijven van een (artikelsgewijze) toelichting aansluiting zoeken bij dit document. Uit het document volgen de volgende aandachtspunten:

  • “De focus in een artikelsgewijze toelichting ligt op wat er wordt geregeld. Leg dus niet meer uit dan nodig is. De artikelsgewijze toelichting bevat geen motivering of verantwoording van de keuze voor deze regel; niet het proces van totstandkoming, maar de regel zelf staat centraal.
  • Plaats de voorgestelde maatregel in zijn context. Signaleer niet meer problemen dan het voorstel beoogt op te lossen en schrijf beknopt.”

Kortom: in een artikelsgewijze toelichting staat:

  • context en achtergrond van een regeling of paragraaf;
  • uitleg van de regel(ing) in niet-juridisch taalgebruik;
  • ruimte in uitleg (breed of eng);
  • link met andere artikelen;
  • voorbeeld ter verduidelijking van de betekenis van de regel; en
  • inzicht in verandering van oud naar nieuw recht.

Een artikelsgewijze toelichting bevat geen onderbouwing of verantwoording van de regel.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

Horst aan de Maas werkt met een artikelsgewijze toelichting waar het nodig is voor het begrijpen van het artikel en de juiste interpretatie. De initiatiefnemer stelt de artikelsgewijze toelichting op onder verantwoordelijkheid van het regieteam van de gemeente als ‘eindredacteur’ en het regieteam verwerkt deze toelichting in de software. 

Annoteren

Het ‘TPOD Omgevingsplan’ omschrijft annoteren als “het toevoegen van gegevens aan (onderdelen van) besluiten en regelingen, gegevens die die besluiten en regelingen machineleesbaar maken”. Bij het annoteren wordt de informatie die in de regels is vastgelegd, geanalyseerd en gestructureerd naar kenmerken van die regels.

Voorbeelden van die kenmerken zijn:

  • de activiteit waarover een regel gaat; 
  • de locatie waarop een regel betrekking heeft; 
  • het thema waar de regel over gaat; en 
  • de kwalificatie die in een regel gesteld wordt, zoals ‘anders geduid’, ‘gebod’, ‘informatieplicht’, ‘maatwerkvoorschriftbevoegdheid’, ‘meldingsplicht’, ‘toegestaan’, ‘verbod’ of ‘vergunningsplicht’.

Annotaties maken het mogelijk regels binnen het Omgevingsloket gericht te raadplegen en te filteren. Vergelijkbaar met een webwinkel waarin producten aan de hand van kenmerken worden geselecteerd, kunnen gebruikers van het Omgevingsloket regels zoeken op bijvoorbeeld locatie, activiteit of onderwerp.

Voor veel annotaties is in de Stelselcatalogus Omgevingswet(externe link) een waardelijst opgenomen. Deze lijsten zijn limitatief. Daar kan niet van worden afgeweken (anders noemen of aanvullen). De waardenlijsten zijn ook via de software te raadplegen. Als geen waardelijst is opgenomen heeft de gemeente de vrijheid zelf de waarden te bepalen. Daarbij staat het de gemeente vrij de naamgeving en detailniveau zelf te kiezen. Het is juist voor deze annotaties van belang goed af te stemmen met de gemeente, zodat de annotaties bij de wijziging van het omgevingsplan voor een initiatiefplan naadloos aansluiten bij de annotaties van de hoofdregeling van het omgevingsplan. Dan werken de annpotaties optimaal en vergroot dat de raadpleegbaarheid van het omgevingsplan. Als per wijziging een andere methodiek voor annoteren wordt gebruikt, vervallen de voordelen van annoteren.

Onderstaand zijn de annotatie-eisen voor een wijziging van het omgevingsplan voor een initiatiefplan weergegeven.

Werkingsgebieden (locaties)

Ieder artikel(lid) heeft een werkingsgebied. Dat betekent een gebied waar de regel voor geldt. Dat kan het hele gemeentelijk grondgebied zijn of bijvoorbeeld een kern of (een gedeelte van) een perceel.

Een locatie is de ruimtelijke afbakening van een regel. Het werkingsgebied van een regel is het gebied waar die regel zijn werking heeft. Een werkingsgebied kan bestaan uit één of meerdere locaties. Werkingsgebieden moeten ten minste eenmaal in een regel worden benoemd en dienen eenduidig te worden aangeduid.

Indien mogelijk verdient het aanbeveling om een regel te laten gelden voor het hele gemeentelijke grondgebied (ambtsgebied). In dat geval is geen annotatie ‘werkingsgebied’ nodig. Zonder annotatie geldt een regel namelijk automatisch voor het hele grondgebied. 

Voor werkingsgebieden is geen waardelijst opgenomen in de Stelselcatalogus.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

Het uitgangspunt is om zo veel mogelijk regels voor het gehele ambtsgebied te laten gelden. Dat is tevens in aansluiting op de bedoeling van de Omgevingswet om zo veel mogelijk generieke regels op te nemen. Er wordt daarom bij het gebruiken van werkingsgebieden (locaties) zo veel mogelijk aangesloten bij regels en werkingsgebieden in het betreffende gebiedstype voor het initiatiefplan. Als voor een initiatief een maatwerkregel met eigen werkingsgebied nodig is, wordt een werkingsgebied toegevoegd/gespecificeerd.

Samen met de gemeente wordt bepaald welke werkingsgebieden (locaties) moeten worden gebruikt, zodat een optimale afstemming met de rest van het omgevingsplan tot stand komt.

Omgevingsnorm-annotatie

Hiervoor is al aangegeven dat bij wijzigingen van het omgevingsplan gebruik gemaakt moet worden van de hoofdregeling. Uit de hoofdregeling volgt of omgevingsnormen tekstueel of op de digitale kaart worden vastgelegd.

Met de omgevingsnorm-annotatie wordt gestructureerd vastgelegd voor welke locatie(s) een bepaalde normwaarde geldt. Voorbeelden van omgevingsnormen zijn maximale bouwhoogten, maximale bebouwingsoppervlakten en maximale geluidbelastingen. Deze annotatie maakt het mogelijk normen digitaal bevraagbaar te maken en op kaart inzichtelijk weer te geven.

Voor omgevingsnormen die op de digitale kaart tot uitdrukking komen, geldt een annotatieverplichting. Dat betekent dat initiatiefnemer ook hiervoor een annotatie moet aanleveren. 

Voor omgevingsnormen in geen waardelijst opgenomen. Voor de omgevingsnormengroep is wel een waardelijst opgenomen in de Stelselcatalogus.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

De gemeente wil het liefst de normen op de kaart zichtbaar maken. Daarmee is voor iedereen duidelijk welke normen op welke locatie van toepassing zijn. Daarbij maakt de gemeente wel onderscheid in algemene normen en normen die per locatie kunnen verschillen. Als voorbeeld wordt een maximale hoogte voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in het openbaar gebied als norm in de regels opgenomen en niet op de kaart omdat deze hoogte in principe overal hetzelfde is. Daarentegen wordt de bouwhoogte van een gebouw wel op de kaart opgenomen omdat die per perceel (en soms op delen van een perceel) kan verschillen.

Omgevingswaarde-annotatie

Met de omgevingswaarde-annotatie wordt gestructureerd vastgelegd voor welke locatie(s) een bepaalde waarde van een omgevingswaarde geldt. Een omgevingswaarde legt als beleidsdoel de gewenste staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving vast, bijvoorbeeld voor luchtkwaliteit, oppervlaktewater of grondwater.

Een omgevingswaarde bindt de overheid die deze heeft vastgesteld en heeft geen rechtstreekse werking voor burgers of bedrijven. Hiermee onderscheidt een omgevingswaarde zich van een omgevingsnorm.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

Omgevingswaarden worden uitsluitend toegepast indien deze voortvloeien uit gemeentelijk beleid.

Thema-annotatie

Het is mogelijk ook thema’s aan een regel te annoteren. Daarmee wordt de zoekmogelijkheid voor thema’s aanzienlijk vergroot. Het maakt het bijvoorbeeld mogelijk om alle gronden en regels te selecteren ten aanzien van bijvoorbeeld ‘erfgoed’. 

Voor Thema’s is een waardelijst opgenomen in de Stelselcatalogus.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

Vooralsnog worden thema’s nog niet geannoteerd. In de toekomst is dat wel de bedoeling. In de huidige transitieopgave is het geen noodzaak dit te doen. Het vergroot wel de raadpleegbaarheid voor de gebruiker en daarom zal dit uiteindelijk wel worden doorgevoerd. 
Ter voorbereiding op een juiste annotatie kan initiatiefnemer in de conceptregels indicatief aangeven welke thema’s van toepassing zijn, zodat in een later stadium het regieteam deze thema’s kan annoteren.

Regelkwalificatie-annotatie

Iedere regel heeft een regelkwalificatie (zoals anders geduid’, gebod, informatieplicht, maatwerkvoorschriftbevoegdheid, meldingsplicht, toegestaan, verbod of vergunningsplicht.). Deze kwalificaties moeten via een annotatie ook expliciet worden gemaakt. Voor veel regels is wel duidelijk wat de kwalificatie is (‘onder strijdig gebruik wordt verstaan …’ is een  ‘verbod’) maar voor andere regels spreekt het niet meteen van zelf (‘het is verboden zonder omgevingsvergunning…’ is een ‘vergunningplicht’ en geen ‘verbod’).

Voor Regelkwalificaties is een waardelijst opgenomen in de Stelselcatalogus.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

De initiatiefnemer geeft in de conceptregels indicatief aan welke regelkwalificatie voor de betreffende regel van toepassing zijn.

Activiteit-annotatie

Iedere activiteit heeft een naam. Voor de naam van een activiteit bestaan geen waardelijsten, deze moet door de gemeente bepaald worden. In de hoofdregeling van het omgevingsplan worden de activiteiten bepaald. De regeling voor een initiatiefplan moet zoveel mogelijk aansluiten bij de hoofdregeling. Dat betekent ook dat de onderscheiden activiteiten uit de hoofdregeling worden gebruikt voor de wijziging van het omgevingsplan voor het initiatiefplan. 

Voor de groep waartoe een activiteit behoort, bestaat wel een waardelijst in de Stelselcatalogus.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

Samen met de gemeente wordt bepaald welke activiteit-annotaties moeten worden gebruikt, zodat een optimale afstemming met de rest van het omgevingsplan tot stand komt.

Overige annotaties

Overige annotaties worden verzorgd door de gemeente. De initiatiefnemer heeft daar alleen een rol in voor zover dit door de gemeente wordt gecommuniceerd (dus maatwerk). 

Toepasbare regels

Toepasbare regels zijn de vertaling van juridische regels naar begrijpelijke vragenbomen. Toepasbare regels zijn kortgezegd een hulpmiddel van het bevoegd gezag om de burger te allen tijde op het omgevingsloket een begrijpelijk antwoord te geven op zijn vraag met betrekking tot activiteiten, voor zover die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving. De figuur hiervoor geeft een voorbeeld van een vragenboom en bijbehorende beslistabel.

Meer informatie en het gebruik van toepasbare regels(externe link) en de Handreiking toepasbare regels(externe link).

Toepasbare regels worden in het Omgevingsloket gebruikt in drie onderdelen: Vergunningcheck, Aanvragen en Maatregelen op maat. Ieder bestuursorgaan maakt zelf toepasbare regels voor de eigen juridische regels.

Voor het onderdeel Aanvragen is dat verplicht. Hier kunnen burgers en bedrijven een vergunning aanvragen, een melding doen vanwege een meldingsplicht of informatie aanleveren voor een informatieplicht. Via toepasbare regels worden de indieningsvereisten aangegeven. Dit is de informatie die nodig is voor een vergunningaanvraag, meldingsplicht of informatieplicht.

De verplichting voor het maken van toepasbare regels voor het onderdeel Aanvragen staat in artikel 14.2, lid 3, van het Omgevingsbesluit.(externe link)

Voor de onderdelen Vergunningcheck en Maatregelen op maat zijn toepasbare regels niet verplicht. Veel gemeenten hanteren het uitgangspunt dat in ieder geval het huidige dienstverleningsniveau (van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet) behouden blijft. Voor een aantal activiteiten zoals het vergunningvrij bouwen, waren er onder het oude recht al vragenbomen. Hiermee konden burgers eenvoudig achterhalen of voor een bouwwerk een vergunning nodig was.

Om het dienstverleningsniveau te handhaven moeten ook toepasbare regels voor het omgevingsplan worden gemaakt. Meestal gaat het om toepasbare regels voor de vergunningscheck in combinatie met toepasbare regels voor de indieningsvereisten. Deze moeten in samenhang ontworpen worden. Zo kunnen de vragen en antwoorden van de vergunningscheck hergebruikt worden voor het aanvraagformulier en worden dezelfde begrippen gebruikt. Di lijdt tot een optimalisatie in de dienstverlening.

Het Rijk heeft voor diverse juridische regels toepasbare regels gemaakt. Voor het omgevingsplan zijn de volgende relevant:

  • toepasbare regels voor de bruidsschat; en
  • toepasbare regels voor algemene indieningsvereisten.

Om toepasbare regels te maken en aan te leveren, is regelbeheersoftware nodig. De gemeente werkt met STTR-Builder van Sogelink.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

De gemeente kiest ervoor bij het opstellen van toepasbare regels het huidige dienstverleningsniveau te behouden. Daarbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat in ieder geval voor de topactiviteiten uit de bestaande eigen regelgeving toepasbare regels worden opgesteld. 
Voor bepaalde regels is afstemming nodig met andere overheden en ketenpartners. Daarbij moet gedacht worden aan regels over bijvoorbeeld uitwegen, steigers (bijvoorbeeld in de Ringvaart) etc. Het gaat dan onder meer om overleg met het waterschap en de provincie.

Als er regels zijn die vanuit het omgevingsplan vertaald moeten worden in toepasbare regels, dan is het aan de gemeente om deze regels te maken. De initiatiefnemer hoeft geen toepasbare regels te maken bij het indienen van een voorstel voor wijziging van het omgevingsplan voor een initiatiefplan.