Bijlage 1: het tijdelijk omgevingsplan

Iedere gemeente heeft sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 een omgevingsplan van rechtswege. Dit omgevingsplan is tijdelijk van aard: gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om de tijdelijke regels te verwerken in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Deze periode wordt de transitieperiode genoemd.

In deze paragraaf wordt verduidelijkt uit welke onderdelen het omgevingsplan van rechtswege bestaat. Aan al deze onderdelen wordt een initiatiefplan getoetst.

Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de volgende onderdelen (artikel 22.1, Omgevingswet(externe link)):

Invoeringswet Omgevingswet

In artikel 4.6 van de Invoeringswet Ow zijn de volgende besluiten en verordeningen aangewezen:

  1. bestemmingsplan Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.1, Wro);
  2. bestemmingsplan Crisis- en herstelwet (artikel 2.3 én artikel 2.4, Chw);
  3. wijzigingsplan (artikel 3.6, Wro);
  4. uitwerkingsplan (artikel 3.6, Wro);
  5. beheersverordening (artikel 3.38, Wro);
  6. inpassingsplan (artikelen 3.26 3, 3.28, Wro én artikel 2.3a, Chw);
  7. exploitatieplan (artikel 6.12, Wro);
  8. voorbereidingsbesluit (artikelen 4.103, lid 1, 4.104, lid 1, en 4.104a, lid 1, Invoeringswet Omgevingswet). In deze gevallen is een ontwerpbestemmingsplan of een ontwerp-inpassingsplan voor de inwerkingtreding Omgevingswet ter inzage gelegd;
  9. archeologieverordening (artikel 38, Monumentenwet 1988);
  10. geurverordening (artikel 6, Wet geurhinder en veehouderij);
  11. verordening afvoer regen- en grondwater (artikel 10.32a, Wet milieubeheer);
  12. hogere waarde besluiten (artikel 110a, Wet geluidhinder). In artikel IX aanvullingsbesluit geluid is geregeld dat dergelijke besluiten gelden als deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6, lid 1, Invoeringswet; en
  13. vastgestelde veiligheidscontouren (artikel 14, Besluit externe veiligheid inrichtingen). Artikel 8.2.7, lid 1, Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt dat de onherroepelijke veiligheidscontour deel wordt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6, lid 1, Invoeringswet.

Aangewezen besluiten en kaarten aanvullingswet bodem

In artikel 22.1, onder b, Omgevingswet is geregeld dat een bodemkwaliteitskaart (artikel 44, Besluit bodemkwaliteit) en een bodemfunctieklassenkaart (artikel 55, Besluit bodemkwaliteit) deel uitmaken van het tijdelijk deel omgevingsplan.

De bruidsschat

In artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet(externe link) staan de regels die op basis van artikel 22.2, lid 2, Omgevingswet als omgevingsplanregels van rijkswege in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen. Deze omgevingsplanregels van rijkswege worden aangeduid als 'bruidsschat'.