Het initiatief past niet in het tijdelijk omgevingsplan

Dit deel gaat in op de planologische besluiten voor een initiatief(plan) dat niet past in het (tijdelijke) omgevingsplan en waarvoor een wijziging van het omgevingsplan nodig of wenselijk is. Dit kan via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) of via een wijziging van het omgevingsplan via de STandaard Officiële Publicaties/ ToepassingsProfielen OmgevingsDocumenten (STOP/TPOD). Een BOPA regelt u via een omgevingsvergunning. We gaan hierna in op het wijzigen van het omgevingsplan via STOP/TPOD.

Het wijzigen van het omgevingsplan

Zowel bij een BOPA als bij een wijziging van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Dit handboek ziet enkel op het juridisch planologisch mogelijk maken van initiatiefplannen via een wijziging van het omgevingsplan en niet via een BOPA. 

Het omgevingsplan versus bestemmingsplannen

Het omgevingsplan toont gelijkenissen met de oude bestemmingsplannen. Een omgevingsplan wijkt echter ook op meerdere onderdelen af van deze voorheen geldende (postzegel)bestemmingsplannen. In plaats van meerdere bestemmingsplannen heeft iedere gemeente onder de Omgevingswet één omgevingsplan en dat geldt voor het hele grondgebied, zo ook de gemeente Horst aan de Maas: ‘Omgevingsplan gemeente Horst aan de Maas(externe link)’. Ook alle regels voor goedgekeurde initiatiefplannen landen uiteindelijk in dit omgevingsplan.

Een ander verschil is de reikwijdte van het omgevingsplan. De reikwijdte van het omgevingsplan is namelijk breder dan van een bestemmingsplan. Een omgevingsplan gaat over de gehele fysieke leefomgeving en beperkt zich – anders dan een bestemmingsplan – niet tot ruimtelijke regels en een goede ruimtelijke ordening. Zo kunnen in een omgevingsplan ook regels worden gesteld met betrekking tot duurzaamheid en gezondheid en moeten ook regels ten aanzien van milieu en veiligheid worden gesteld.

Daarnaast biedt de Omgevingswet een aantal nieuwe mogelijkheden en verplichtingen ten opzichte van de bestaande wetten. Iedere wijziging van het omgevingsplan moet voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan hoeft tijdens de transitieperiode niet aan alle eisen te voldoen. Dit volgt uit afdeling 22.1 van de Omgevingswet(externe link).

Uit de volgende hoofdstukken in het handboek volgt waar een omgevingsplan uit moet bestaan en aan welke eisen een initiatiefplan waarvoor het omgevingsplan wordt gewijzigd moet voldoen.

Tot slot is een aantal bevoegdheden die in de oude bestemmingsplannen staan komen te vervallen. Zo kan geen uitvoering meer worden gegeven aan wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten op de wijze zoals dat in de Wro (Wet ruimtelijke ordening) bedoeld en gebruikelijk was. Ook de omgevingsvergunning(plichten) uit de bestemmingsplannen krijgen in het omgevingsplan een andere strekking. Ze zijn nog wel zichtbaar in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan maar er kan niet altijd nog een beroep op worden gedaan. De gemeenteraad van Horst aan de Maas heeft in ieder geval via het besluit van 19 december 2023 de bevoegdheid om bestaande uitwerkings- en wijzigingsbevoegdheden te verwerken in het omgevingsplan aan het college gegeven.

Wijzigen van het omgevingsplan

Om de inhoud van het omgevingsplan te kunnen publiceren, moet aan bepaalde regels en technische standaarden worden voldaan. Het wijzigen van een omgevingsplan moet dan ook in beginsel conform de STandaard Officiële Publicaties/ ToepassingsProfielen OmgevingsDocumenten (STOP/TPOD). Dit zijn technische standaarden op basis waarvan een besluit tot wijziging van het omgevingsplan kan worden opgesteld.

Deze standaarden bestaan uit de STandaard Officiële Publicaties (hierna: ‘STOP’), die een raamwerk geeft voor de vormgeving en structuur van documenten die officieel worden gepubliceerd. Denk hierbij aan besluiten en ontwerpen daarvan. Aan het STOP-raamwerk is invulling gegeven in de ToepassingsProfielen OmgevingsDocumenten (hierna: ‘TPOD’). De toepassingsprofielen geven voor een specifiek omgevingsdocument aan welke regels er gelden. Meer over de technische vereisten van STOP/TPOD.

Systematiek wijziging omgevingsplan

Het wijzigen van het omgevingsplan kan op meerdere manieren. De gemeente zal zoveel mogelijk gebiedsgewijs het omgevingsplan nieuwe stijlvorm gaan geven. Hiervoor zal de hoofdregeling steeds verder worden uitgebreid. Elke wijziging van het omgevingsplan heeft in principe invloed op de hoofdregeling. Dat geldt ook voor het faciliteren van een initiatiefplan. Omdat het niet wenselijk is met een dergelijke wijziging de hoofdregeling aan te passen is het mogelijk ontwikkelingen en andere initiatiefplannen in een apart hoofdstuk onder te brengen. Hierin staan alleen de regels voor het betreffende initiatief. Ook een hybride oplossing is mogelijk waarbij deels de hoofdregeling van toepassing is en deels de regels uit een transitiehoofdstuk voor het initiatiefplan.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

Gedurende de transitiefase wil de gemeente graag grip hebben en houden op de ontwikkeling van het omgevingsplan voor Horst aan de Maas. Het heeft daarom de voorkeur voor initiatiefplannen waarvoor een wijziging van het omgevingsplan nodig is, een transitiehoofdstuk op te stellen. Voor zover de hoofdregeling, zonder aanpassingen, toepasbaar is voor het initiatiefplan kan de hoofdregeling worden gebruikt.

Gemeentelijke keuze

Het is in beginsel aan de initiatiefnemer om een keuze te maken tussen een BOPA of het wijzigen van het omgevingsplan. De gemeente Horst aan de Maas kan meedenken in de keuze. Een uitzondering op de vrije keuze geldt wanneer een BOPA wettelijk niet kan of wanneer via een BOPA niet voldaan kan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dat geval moet worden gekozen voor het wijzigen van het omgevingsplan.

Werkwijze gemeente Horst aan de Maas

In de eerste fase na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt, waar het initiatiefplan dit toelaat, zo veel als mogelijk gewerkt met BOPA’s. Voornaamste reden hiervoor is de technische en inhoudelijke complexiteit van het wijzigen van het omgevingsplan. Als voor een locatie en/of activiteit van het initiatiefplan het tijdelijk omgevingsplan al is vervangen door een nieuw deel van het omgevingsplan, is dit anders. In dat geval kan een wijziging van het omgevingsplan meer voor de hand liggen. Per initiatiefplan vindt een beoordeling plaats waarin voor- en nadelen van alle mogelijkheden worden afgewogen.

Intake, omgevingstafel en strategische tafel

Wanneer een initiatiefnemer bij de gemeente Horst aan de Maas aanklopt met een initiatief dat niet rechtstreeks binnen het omgevingsplan past, wordt het initiatief stapsgewijs beoordeeld op wenselijkheid en haalbaarheid.

Het initiatief wordt eerst besproken aan de intaketafel. Hier wordt op hoofdlijnen beoordeeld of het initiatief wenselijk is en past binnen de gemeentelijke ambities, beleidskaders en ruimtelijke opgaven. De intaketafel bepaalt daarmee de koers voor het vervolgproces.

Wanneer een initiatief wenselijk wordt geacht, volgt beoordeling aan de omgevingstafel. In dit overleg beoordelen interne en externe adviseurs gezamenlijk de haalbaarheid van het initiatief en worden eventuele randvoorwaarden en aandachtspunten in beeld gebracht. Het doel is te komen tot één integraal advies over de haalbaarheid van het initiatief.

Indien het initiatief haalbaar blijkt, kan de initiatiefnemer een formele aanvraag indienen. Bij de behandeling van deze aanvraag worden de uitkomsten en voorwaarden uit de eerdere processtappen betrokken in de verdere besluitvorming.

Voor initiatieven met een grote ruimtelijke, beleidsmatige of bestuurlijke impact kan daarnaast de strategische tafel worden ingezet om richting te geven aan de verdere advisering en besluitvorming.