Transitiehoofdstuk

Het transitiehoofdstuk is een tijdelijk apart hoofdstuk in het omgevingsplan. Wanneer een nieuwe ontwikkeling nog niet met de regels uit de hoofdregeling van het omgevingsplan (nieuwe deel) kan worden gefaciliteerd, kan een gemeente met een transitiehoofdstuk de (gebieds)ontwikkeling alsnog borgen zonder het volledige omgevingsplan aan te hoeven passen. Dit is een tijdelijke oplossing terwijl gemeentes nog werken aan de hoofdstructuur van het omgevingsplan én ontwikkelingen mogelijk willen maken. De gemeente Horst aan de Maas volgt bij het toepassen van een transitiehoofdstuk de leidraad van de VNG.

Vormen van een transitiehoofdstuk

Een transitiehoofdstuk kan net als het omgevingsplan op veel manieren vormgegeven worden. Er zijn drie hoofdvarianten van het transitiehoofdstuk te onderscheiden. 

  1. Transitiehoofdstuk ponsvariant
    De pons-variant is een volledige set nieuwe regels. De huidige ruimtelijke regels op de locatie van het transitiehoofdstuk ponsvariant komen volledig te vervallen. Bij het toepassen van deze variant moeten alle relevante regels opgenomen zijn in het hoofdstuk, dus ook bijvoorbeeld de regels ten aanzien van waarde- en beperkingengebied, of milieu.
     
  2. Transitiehoofdstuk partiële wijziging
    Bij een transitiehoofdstuk partiële wijziging blijven de al bestaande ruimtelijke regels grotendeels staan. Het transitiehoofdstuk bestaat alleen uit nieuwe of aangepaste regels. Het gaat bij een partiële wijziging veelal om thematische wijziging, zoals milieu, erfgoed of waterhuishouding. Met een voorrangsbepaling wordt bepaald dat de regels uit het transitiehoofdstuk gaan gelden boven de al geldende ruimtelijke regels uit het tijdelijk deel (bestemmingsplannen of bruidsschat).  
     
  3. Hybride wijziging (aanvulling op de integrale structuur)
    Wanneer de hoofdregeling gemaakt is en de integrale structuur is opgezet kan gekozen worden voor een transitiehoofdstuk waarin alleen een aanvulling op de hoofdregels wordt opgenomen. Bijvoorbeeld als een de ontwikkeling woningbouw en natuurontwikkeling betreft en de hoofdregels voor woningbouw al gereed zijn dat het transitiehoofdstuk alleen regels bevat voor de natuurontwikkeling. Voor het wonen worden de regels uit de hoofdregels toegepast. Het transitiehoofdstuk is dan een aanvulling op de integrale structuur.

In de structuur van het omgevingsplan

Een ‘transitiehoofdstuk’ kan als hoofdstuk worden opgenomen (iedere transitie een eigen hoofdstuk) of als afdeling (één transitiehoofdstuk en iedere ontwikkeling is een eigen afdeling). Ook kan een hybridevorm worden gekozen waarin in de eerste afdeling algemene regels worden opgenomen en daarna per afdeling de specifieke regels voor de ontwikkeling.

Aanpak gemeente Horst aan de Maas

Transitiehoofdstukken zullen gebruikt worden door de gemeente Horst aan de Maas als aanvullend middel tijdens het opstellen van de integrale structuur. Voor projecten waarvoor nog geen regels in de hoofdregeling of in de integrale structuur staat wil de gemeente het transitiehoofdstuk gaan gebruiken. Zo kan de gemeente wel medewerking verlenen aan nieuwe initiatieven waarvoor een wijziging van het omgevingsplan nodig is, maar waarvoor nog niet alle definitieve regels uit de hoofdregeling van de hoofdstructuur beschikbaar zijn. Op deze manier is er geen directe afhankelijkheid tussen het transformeren van de ruimtelijke regels uit het tijdelijke deel omgevingsplan naar het nieuwe deel én het mogelijk maken van initiatieven.

De gemeente Horst aan de Maas kiest er voor om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de beschikbare hoofdregels uit het omgevingsplan en heeft daarom de voorkeur voor variant 3. In het verwerken van de transitiehoofdstukken in de integrale structuur levert dat efficiëntievoordelen op. Voor zover een ontwikkeling is voorzien waar in zijn geheel nog geen hoofdregels voor beschikbaar zijn is de ponsvariant veelal de aangewezen variant omdat daarmee alle onderliggende ruimtelijke regels worden vervangen. In voorkomende gevallen kan ook de hybride vorm het best passend zijn. Per wijziging wordt hier een afzonderlijke keuze in gemaakt waarbij de ‘stand van de hoofdregeling’, dus wat zit er wel en niet in de hoofdregeling, altijd wordt betrokken.

Om goed overzicht te houden in de transformatiegebieden kiest de gemeente Horst aan de Maas er voor om iedere ontwikkeling in een eigen hoofdstuk op te nemen. De kans dat daarmee verschillende ontwikkelingen met elkaar interfereren is met deze vorm het kleinst.

De transitiehoofdstukken worden achter hoofdstuk 22 ingevoegd waarna het hoofdstuk met slotbepalingen steeds doorschuift. Dat ziet er in de structuur dan als volgt uit:

  • Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen
  • Hoofdstuk 2–21: Hoofdregeling
  • Hoofdstuk 22: Bruidsschat
  • Hoofdstuk 23: Gebiedsontwikkeling A (transitiehoofdstuk)
  • Hoofdstuk 24: Gebiedsontwikkeling B (transitiehoofdstuk)
  • Hoofdstuk 25: Gebiedsontwikkeling C (transitiehoofdstuk)
  • Hoofdstuk 26: Slotbepalingen

Werkwijze voor initiatiefplannen en andere ontwikkelingen

Het gebruiken van transitiehoofdstukken is een manier om de winkel open te houden zonder continu de integrale structuur te wijzigen. De losse hoofdstukken zijn een aanvulling op het omgevingsplan. Hierdoor kunnen de werkzaamheden voor de transformatie van het tijdelijke naar het nieuwe deel van het omgevingsplan los plaatsvinden van het faciliteren van ontwikkelingen.

Als de transformatie naar het nieuwe deel van het omgevingsplan gereed is, kunnen de transitiehoofdstukken verwerkt worden in de integrale structuur.

Bij het voorbereiden van het wijzigingsbesluit stelt initiatiefnemer zelf de regels op in een wordbestand. Vooralsnog is het niet mogelijk dat derden wijzigingen in het omgevingsplan aanbrengen via de benodigde software. Wanneer dat verandert, zal dit handboek daarop aangepast worden. Bij het opstellen van de regels wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de opbouw en systematiek van de hoofdregels in de integrale structuur, zodat bij het omzetten van de regels er geen of zo min mogelijk aanpassingen nodig zijn. In dat geval kan gesproken worden van een technische wijziging en kan wellicht de openbare voorbereidingsprocedure worden overgeslagen (dit is nog afhankelijk van de wetwijziging die momenteel wordt voorbereid). 

Samen met de regels levert initiatiefnemer de motivering bij het in voorbereiding zijnde besluit met eventuele bijlagen (met name onderzoeksrapporten die de uitvoerbaarheid aantonen) en een artikelsgewijze toelichting. Tevens worden de geometrieën voorbereid door initiatiefnemer. Er wordt nog gewerkt aan aanleververeisten voor deze bestanden (onder andere naam, toepassing (activiteit, functie, normaanduiding, etc.) en samenhang met bestaande geometrieën uit de hoofdregeling.

Wanneer er een ambtelijk akkoord is op de inhoud van de regels, draagt de gemeente zorg voor het verwerken van de regels en geometrieën in de software, waarna publicatie kan plaatsvinden. Met de initiatiefnemer worden afspraken gemaakt over de termijnen waarin de bestanden worden verwerkt. De doorlooptijd van het verwerken van de ontwikkeling in de software voor het omgevingsplan door de gemeente is afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling en de beschikbare ambtelijke capaciteit.